Stichting Farma ter Verantwoording

Humira (adalimumab)

Quick Navigation

Adalimumab (Humira): Introductie

De structuur van Adalimumab

Adalimumab (merknaam: Humira) is een receptplichtig geneesmiddel voor reumatoïde artritis dat in 2003 voor het eerst op de markt werd gebracht door het bedrijf Abbott (nu AbbVie). Abbott verwierf adalimumab toen het in 2001 het Duitse bedrijf Knoll van BASF kocht voor $6,9 miljard.  Adalimumab werd van 2012 tot 2020 het best verkopende farmaceutische product wereldwijd. Tussen 2003 en 2020 haalde AbbVie’s Humira wereldwijd een omzet van 170 miljard dollar.

Wat is adalimumab?

Adalimumab is een vroeg voorbeeld van een biofarmaceutisch geneesmiddel, op basis van een biologische bron. Dit wordt ook wel ‘biological’ genoemd. Dit was het eerste menselijke monoklonale antilichaam, dat de merknaam Humira kreeg: HUman Monoclonal antibody In Rheumatoid Arthritis.

Adalimumab is een product afgeleid van witte bloedcellen; het werkt tegen een overactief immuunsysteem. Het werd eerst ontwikkeld als een behandeling tegen sepsis, maar dit werd opgegeven. Adalimumab werd vervolgens ontwikkeld voor reumatoïde artritis (reuma), maar werkt ook voor vele andere indicaties, waardoor het de naam “het Zwitserse zakmes onder de geneesmiddelen” kreeg. Het middel moet elke twee weken subcutaan (onder de huid) worden ingespoten door de patiënt.

Prijsstelling en kosten

Kosten en omzet van Humira in Nederland

Wereldwijd had AbbVie een geschatte omzet over Humira van ongeveer170 miljard US dollar tussen 2003-2020. In Nederland werd de omzet voor 2004-2020 berekend op 2,37 miljard euro AbbVie heeft Humira in Nederland geprijsd op ongeveer €460 per injectie, per patiënt kost het gebruik van Humira €12000 per jaar. Na de marktintroductie in de EU in 2003 heeft AbbVie Humira bij het EMA geregistreerd voor 8 extra indicaties, zoals psoriasis en inflammatoire darmziekten. Hierdoor steeg het aantal patiënten dat kon worden behandeld: in Nederland steeg het aantal bijvoorbeeld van 5100 in 2006, naar 15728 in 2011 en 21774 in 2018 (figuur 1).
Hoewel de gebruikersaantallen enorm toenamen door de toegevoegde indicaties, vertaalden deze schaalvoordelen zich niet in besparingen voor de Nederlandse gezondheidszorg: de behandelkosten bleven tussen 2006 en 2018 constant op tussen de €10.400 en €12.600 per jaar. Hierdoor stegen de totale inkomsten van Humira per jaar aanzienlijk, die in Nederland stegen van €63 miljoen tot €217 miljoen, met een piek van €223 miljoen in 2014 (gebaseerd op gegevens van SFK, NZa’s Monitor rapportages en GIPdatabank).In 2012 voerde Nederland een verandering in het zorgstelsel door om de zorgkosten te verlagen: dure geneesmiddelen zoals Humira werden niet langer gedistribueerd via openbare apotheken en gefinancierd door de zorgverzekering van de individuele gebruikers, maar overgeheveld naar de ziekenhuiszorg.
Dit betekende dat dure geneesmiddelen alleen nog door ziekenhuisapotheken konden worden verstrekt en dus in de meer centraal beheerde ziekenhuisbudgetten konden worden opgenomen. Ziekenhuizen werden zo verantwoordelijk voor de inkoop van dure geneesmiddelen voor Nederlandse patiënten, en bij de onderhandelingen zouden die een lagere prijs hiervoor kunnen bedingen was de gedachte hierachter.

Belangrijkste feiten (Nederland)

  • Humira was het meest verkochte geneesmiddel in Nederland 2009-2018 en wereldwijd 2012-2020.
  • Het aantal Nederlandse patiënten op Humira steeg meer dan 5x tussen 2006-2020, en toch bleef de prijs hetzelfde tot het patent afliep in 2018.
  • In 2018 heeft AbbVie de prijs van Humira met 80% laten dalen om biosimilar concurrentie af te weren.
Image by BioSpace

Humira komt op de markt 

  • 2001: AbbVie (als zijn rechtsvoorganger Abbott Laboratories) koopt Knoll Pharmaceuticals van BASF Pharma voor 6,9 miljard dollar
  • Deze aankoop omvat het monoklonale antilichaam adalimumab, dat toen nog D2E7 heette.
  • 2002: Humira (de handelsnaam van adalimumab) wordt door de Amerikaanse Food and Drug Administration goedgekeurd voor de behandeling van reumatoïde artritis, en in de volgende 7 jaar wordt het geregistreerd en op de markt gebracht voor 5 ziekte-indicaties.
  • 2003: Humira wordt door EMA goedgekeurd voor de EU-markt. In de daaropvolgende jaren worden 8 bijkomende indicaties door het EMA geregistreerd
  • 2004: Humira wordt in Nederland op de markt gebracht. De belangrijkste concurrenten zijn Remicade (infliximab, MSD) en Enbrel (etanercept, Pfizer).
  • 2009: Humira overtreft Remicade en Etanercept en wordt het best verkochte geneesmiddel in Nederland.

Intellectueel eigendom 

Octrooi op Humira

Wanneer farmaceutische bedrijven een nieuw geneesmiddel, zoals adalimumab, op de markt brengen, gebruiken zij een octrooi (patent) om het gebruik van hun innovatie vast te leggen. Wanneer een octrooi van kracht is, mag alleen de octrooihouder het geoctrooieerde middel vervaardigen en verkopen (tenzij de octrooihouder toestemming verleent aan een ander via een octrooilicentie). AbbVie heeft verschillende strategieën toegepast om de intrede van biosimilars (concurrerende biologicals) op zijn winstgevende markt tegen te gaan:

Volgens de non-profit onderzoeksgroep I-MAK heeft AbbVie in de VS met 247 extra aanvragen voor Humira een kluwen aan octrooien gecreëerd in een poging om haar monopolie periode te verlengen. Concurrenten konden proberen deze kluwen aan octrooien door de rechter ongeldig te laten verklaren, maar dit zou een zeer lange weg zijn geweest. Dus sloten de biosimilar-bedrijven een deal met AbbVie: in Europa zou AbbVie na 18 oktober 2018 concurrenten toelaten, in ruil voor bescherming van de VS-markt tot januari 2023.  AbbVie veranderde ook de sterkte van zijn Humira van 50 naar 100 mg/ml, en verwijderde citraat, dat soms pijnlijke injecties kan veroorzaken. Aangezien biosimilar producenten hun concurrerend dossier moeten opbouwen op gelijkwaardigheid met de oorspronkelijke Humira-registratie, veroorzaakte dit een extra barrière voor marktaandeel. Zij lanceerden de ‘oude’ 50mg/ml biosimilars in 2018. Pas in 2021 bereikte de eerste 100mg/ml biosimilar de NL markt.

Octrooi Humira loopt af

Na het aflopen van de Europese patentbescherming op 18 oktober 2018 lanceerden veel ziekenhuizen in Nederland nieuwe tenders om te profiteren van lagere adalimumab prijzen. Vijf biosimilars concurreerden met Humira. AbbVie zakte onmiddellijk in prijs met ongeveer 80%. De biosimilars bereikten een volumeaandeel van 50%, wat zich vertaalde in een marktaandeel van 40%. AbbVie behield 60% van de markt. De gemiddelde prijs per patiënt per jaar voor een behandeling met adalimumab daalde van €9.967 in 2018 tot €2.284 in 2020. Zie figuur 1 hierboven. Terwijl Europa profiteerde van lagere prijzen als gevolg van de intrede van biosimilar, verhoogde AbbVie in de VS de prijzen van Humira om de “verliezen” in Europa goed te maken. AbbVie bleef de prijs van Humira telkens verhogen (overigens gelijktijdig met Enbrel van Pfizer). Dit leidde tot een hoorzitting van het Amerikaanse Congres waar AbbVie in mei 2021 moest getuigen. Het Congres rapport werd 8 december 2021 gepubliceerd.

AbbVie's Humira onder de Loep

Bij stichting Farma ter Verantwoording (FtV) zijn wij van mening dat farmaceutische bedrijven ter verantwoording moeten worden geroepen wanneer zij buitensporige winsten maken op basis van een te hoge prijsstelling van hun geneesmiddelen, aangezien deze buitensporige winsten worden betaald door ons zorgstelsel, dat deze winsten ook had kunnen gebruiken om andere zorgkosten te betalen.

Humira is van 2012 tot 2020 wereldwijd het best verkochte geneesmiddel geweest. Tussen 2004-2018 werd het in Nederland voor een hoge prijs verkocht. AbbVie verdiende in deze periode alleen al in Nederland €2,37 miljard. Toen in 2018 biosimilars op de markt kwamen, daalde de prijs met 80%.

De prijsdaling van 80% na het verlopen van het patent geeft aan dat Humira voor een zeer hoge prijs werd verkocht. AbbVie hield de prijs van Humira tot 2018 hoog dankzij haar monopoliepositie op de Nederlandse markt. Van farmaceutische bedrijven wordt verwacht en toegestaan dat zij redelijke (eerlijke) winst maken. Ook wordt van hen verwacht dat zij investeren in nieuwe R&D en nieuwe medicijnen ontwikkelen. Uiteraard mogen zij redelijke kosten voor productie en verkoop van hun product aftrekken. Maar deze buitensporige prijzen legden onnodige kosten op aan het Nederlandse zorgstelsel, met een verschuiving van zorg tot gevolg.

Biosimilars zijn belangrijk op de geneesmiddelenmarkt omdat zij de concurrentie vergroten en de prijzen doen dalen. De agressieve campagne van AbbVie na 2018 om haar dominante positie op de Europese markt te behouden, kan toekomstige biosimilar-innovatie ontmoedigen en ertoe bijdragen dat de prijzen van geneesmiddelen hoog blijven.

Verdringing van zorg

Voor meer informatie over verdringing van zorg en waarom dit een bedreiging is voor onze gezondheidszorg, zie ons artikel over dit probleem (in het Engels).

Wat doet stichting Farma ter Verantwoording aan deze praktijken?

Op 21 december 2021 heeft de stichting Farma ter Verantwoording een brief met daarin een aansprakelijkstelling aan AbbVie gestuurd. In deze brief geeft FtV aan waarde te hechten aan eerlijke prijsstelling en AbbVie ter verantwoording te roepen voor de buitensporige prijs die zij tussen 2004-2018 voor Humira in rekening heeft gebracht toen het geneesmiddel nog door octrooi (patent) werd beschermd.

AbbVie is gevraagd te reageren op het standpunt dat zij oneerlijk heeft gehandeld door deze buitensporige prijzen in rekening te brengen. Dit heeft volgens de stichting geleid tot een verplaatsing van zorg binnen het Nederlandse zorgstelsel, waardoor voor Nederlandse burgers barrières voor toegang tot zorgproducten en -diensten zijn ontstaan, waardoor een ernstig verlies van Quality Adjusted Life Years (QALY’s) is veroorzaakt.

De stichting is van mening dat AbbVie heeft gehandeld in strijd met fundamentele mensenrechten, waaronder het recht op leven en op de hoogst bereikbare standaard van gezondheid, waaronder het recht op toegang tot essentiële geneesmiddelen valt. Volgens de UN Guiding Principles on Business and Human Rights, de Human Rights Guidelines for Pharmaceutical Companies in relation to Access to Medicines, en de OESO Richtlijnen, bestaat er een verantwoordelijkheid van bedrijven om mensenrechten te respecteren. AbbVie heeft deze geschonden door excessieve prijzen te vragen voor haar medicijn Humira.

Tot slot heeft Abbvie naar onze mening ook de mededingingsregels onder Nederlands en Europees recht geschonden, door misbruik te maken van haar dominante marktpositie met de buitensporige prijsstelling van Humira, en door biosimilars en generieke concurrentie te ontmoedigen. Hierdoor is de toegang tot essentiële gezondheidsdiensten voor Nederlandse en Europese burgers verder beperkt.

De stichting heeft in de brief om een gesprek met AbbVie gevraagd in een poging om deze zaak buiten de rechtbank om te schikken, en heeft de onderneming gevraagd om uiterlijk 28 februari 2022 substantieel te reageren.

Legal Principles applicable to the Humira case

Het recht op leven  

Artikel 2.1 EVRM: Het recht van een ieder op leven wordt beschermd door de wet. “Niemand mag opzettelijk van het leven worden beroofd, behoudens door de tenuitvoerlegging van een gerechtelijk vonnis wegens een misdrijf waarvoor de wet in de doodstraf voorziet. Artikel 6.1 IVBPR Vertaald: Ieder heeft het recht op leven. Dit recht wordt door de wet beschermd. Niemand mag naar willekeur van zijn leven worden beroofd.

Het recht op de hoogst bereikbare standaard van gezondheid

In artikel 12 van het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten (ICESCR) erkennen de staten die partij zijn “het recht van eenieder op het hoogst bereikbare niveau van lichamelijke en geestelijke gezondheid”. Het Comité voor economische, sociale en culturele rechten (CESCR), dat toezicht houdt op de tenuitvoerlegging van het ICESCR, heeft een uitgebreide interpretatie gepubliceerd van de aspecten die nodig zijn voor het recht op de realisatie van gezondheid in zijn General Comment 14 (GC 14). Hieronder vindt u een samenvatting van de belangrijkste elementen van GC 14:

(1) Staten hebben de plicht het recht op gezondheid te eerbiedigen, te beschermen en te vervullen;

(2) Erkend wordt dat het recht op gezondheid afhankelijk is van de beperkte middelen en van de geleidelijke verwezenlijking ervan; 

(3) Niettemin zijn bepaalde aspecten van het recht op gezondheid van onmiddellijke werking;

(4) De toegang tot goederen, diensten en faciliteiten in de gezondheidszorg moet beschikbaar, toegankelijk, aanvaardbaar en van goede kwaliteit zijn:

(5) De kwalificatie “toegankelijkheid” omvat ook de dimensie “betaalbaarheid”;

Het recht op gezondheid legt regeringen wettelijke verplichtingen op om dit recht zo goed mogelijk te verwezenlijken. Toegang tot geneesmiddelen is een fundamenteel element van dit recht. Regeringen hebben daarom ook de plicht wetten en beleid te creëren die de toegang van burgers tot geneesmiddelen bevorderen en waarborgen. 

De verantwoordelijkheid van bedrijven om de mensenrechten te respecteren

De beginselen van de Verenigde Naties inzake bedrijfsleven en mensenrechten stellen dat “de verantwoordelijkheid om de mensenrechten te eerbiedigen een wereldwijde norm is voor het gedrag dat van alle zakelijke ondernemingen wordt verwacht, waar zij ook actief zijn”. Deze norm “bestaat onafhankelijk van het vermogen en/of de bereidheid van staten om hun eigen verplichtingen op het gebied van de mensenrechten na te komen”. Particuliere ondernemingen hebben derhalve op zichzelf staande verplichtingen om de mensenrechten te eerbiedigen. Naast de algemene normen die in de UN Guiding Principles zijn uiteengezet, regelen de ‘Human Rights Guidelines for Pharmaceutical Companies in relation to Access to Medicines’ de specifieke verplichtingen die farmaceutische bedrijven hebben met betrekking tot de toegang tot medicijnen, en bieden zij normen om te bepalen of, en wanneer, farmaceutische bedrijven de mensenrechten hebben geschonden en ter verantwoording moeten worden geroepen. Beginsel 33 luidt als volgt: “Bij het formuleren en uitvoeren van haar beleid inzake de toegang tot geneesmiddelen moet de onderneming alle regelingen waarover zij beschikt, in overweging nemen om ervoor te zorgen dat haar geneesmiddelen voor zoveel mogelijk mensen betaalbaar zijn”.

De ongeschreven zorgplicht  

Volgens artikel 162 van boek 6 van het Burgerlijk Wetboek (BW), is “degene die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt die hem kan worden toegerekend, verplicht de schade te vergoeden die de ander dientengevolge lijdt”. De derde categorie van onrechtmatige daden heeft betrekking op handelen of nalaten dat in strijd is met “een regel van ongeschreven recht met betrekking tot goed sociaal gedrag”. Deze laatste categorie vormt een ongeschreven zorgvuldigheidsnorm, waarvan elke schending als een onrechtmatige daad zal worden beschouwd. De rechter bepaalt deze zorgvuldigheidsnorm aan de hand van “alle relevante feiten en omstandigheden van het geval”. In het baanbrekende vonnis tegen Royal Dutch Shell heeft de Nederlandse rechter veel aandacht besteed aan de UN Guiding Principles. Deze zaak schept een belangrijk precedent, omdat het Hof oordeelt dat particuliere ondernemingen individuele verplichtingen hebben (in dit geval om de CO2-uitstoot te verminderen), onafhankelijk van bestaande verplichtingen van de staat, en dat deze verplichting in het Nederlandse recht inzake onrechtmatige daad is verankerd in artikel 6:162. Bijgevolg hebben farmaceutische bedrijven ook een overeenkomstige zorgplicht, die kan worden geschonden door bijvoorbeeld (te) hoge prijzen vast te stellen die leiden tot verplaatsing van zorg en verlies van mensenlevens.

De OESO-richtlijnen

De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) is een forum dat bestaat uit regeringen en dat handel en vrije marktbeleid bevordert. De OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen (OESO-richtlijnen) zijn een reeks aanbevelingen ter bevordering van verantwoord zakelijk gedrag.  De richtlijnen stellen internationale normen vast met betrekking tot tal van aspecten van zakelijk gedrag, waaronder de mensenrechten. Ze zijn niet juridisch bindend voor de bedrijven zelf, maar wel voor de regeringen die hebben ondertekend. Wangedrag van bedrijven kan worden opgelost via een speciaal klachtenmechanisme, dat wordt uitgevoerd via een vertegenwoordiger in de ondertekenende staat (bekend als een Nationaal Contactpunt/NCP).   Belangrijk is dat de OESO-richtlijnen bedrijven, inclusief farmaceutische bedrijven, niet verplichten, maar wel een verantwoordelijkheid geven om de mensenrechten te eerbiedigen. 

Misbruik van een dominante marktpositie

Artikel 24.1, lid 1 , van de Nederlandse Mededingingswet (BW) bepaalt dat “het ondernemingen verboden is misbruik te maken van een machtspositie”. Meer specifiek bepaalt artikel 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) het volgende:  “Onverenigbaar met de interne markt en verboden, voorzover de handel tussen lidstaten daardoor ongunstig kan worden beïnvloed, is het, dat een of meer ondernemingen misbruik maken van een machtspositie op de interne markt of op een wezenlijk deel daarvan. Dit misbruik kan met name bestaan in:

(a) het rechtstreeks of zijdelings opleggen van onbillijke aan- of verkoopprijzen of van andere onbillijke contractuele voorwaarden;

(b) het beperken van de productie, de afzet of de technische ontwikkeling ten nadele van de verbruikers;

(c) het toepassen van ongelijke voorwaarden bij gelijkwaardige transacties met andere handelspartners, hun daarmede nadeel berokkenen bij de mededinging;

(d) het feit dat het sluiten van overeenkomsten afhankelijk wordt gesteld van het aanvaarden door de handelspartners van bijkomende prestaties, welke naar hun aard of volgens het handelsgebruik geen verband houden met het onderwerp van deze overeenkomsten.

Van een machtspositie op de markt is gewoonlijk sprake wanneer een particuliere onderneming een positie heeft die haar in staat stelt onafhankelijk van haar concurrenten te functioneren, en een meerderheidsaandeel van de markt controleert. Dit wordt soms gemeten aan de hand van het marktaandeel – bijvoorbeeld meer dan 40% – maar dit is geen perfecte maatstaf voor dominantie. In de zaak United Brands/Commissie heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (HJEU) de machtspositie omschreven als een “een economische machtspositie van een onderneming, die haar in staat stelt de instandhouding van een daadwerkelijke mededinging op de relevante markt te verhinderen doordat zij zich in belangrijke mate onafhankelijk van haar concurrenten, afnemers en uiteindelijk de consumenten kan gedragen”. Misbruik maken van regelgeving door bijvoorbeeld de octrooibescherming voor geneesmiddelen te verlengen om de markttoegang van generieke producten te vertragen, wordt beschouwd als een mededingingsverstorende praktijk en als misbruik van een dergelijke machtspositie op de markt. Ook het rekenen van buitensporige prijzen voor een geneesmiddel tijdens de octrooibeschermingsperiode kan worden beschouwd als misbruik van een machtspositie.

jQuery(document).ready(function(){ jQuery("#IP").click(function() { jQuery('#collapse_922_1').addClass('in'); jQuery("#collapse_922_1").removeAttr("style"); jQuery('html, body').animate({ scrollTop: jQuery("#accordion_pro_922").offset().top }, 1000); return false; }); });